Wijziging belasting in Box-3 stap dichterbij
Geplaatst op 16 februari 2026
De belasting op vermogen in box 3 krijgt een flinke make-over. Waar nu nog wordt gerekend met een fictief rendement op spaargeld, beleggingen en ander vermogen, kijkt de Belastingdienst straks naar wat je daadwerkelijk verdient met je geld. Dat heeft duidelijk gevolgen voor spaarders, beleggers en investeerders met vastgoed.
Het wetsvoorstel voor de wijziging is op 12 februari aangenomen door de Tweede Kamer. Als ook de Eerste Kamer instemt, is de wet definitief en ligt de invoering per 2028 vast. De aangifte over dat jaar doe je in 2029. Tot die tijd blijft het huidige systeem nog van kracht. De komende jaren zullen vooral in het teken staan van verdere uitwerking en praktische uitvoering.
Van fictief naar echt rendement
De kern van de verandering is simpel: vanaf 2028 telt het werkelijke rendement. Dat betekent dat niet langer wordt uitgegaan van een gemiddeld, verondersteld rendement, maar van de opbrengsten die je daadwerkelijk behaalt.
Daarbij gaat het om directe inkomsten zoals rente op spaargeld, dividend uit aandelen en huurinkomsten uit vastgoed. Ook waardeveranderingen tellen mee. Bij beleggingen kan een waardestijging elk jaar worden belast, ook als je nog niets verkoopt. Bij vastgoed en niet-beursgenoteerde aandelen betaal je pas belasting over de waardestijging op het moment dat je verkoopt.
Zeker wanneer je belegt kan je dus belasting verschuldigd zijn over rendement dat je nog niet hebt verzilverd. Tegelijkertijd zijn er uitzonderingen. Bij bepaalde vormen van vermogen, zoals een tweede woning of niet-beursgenoteerde aandelen, betaal je pas belasting over de waardestijging op het moment dat je verkoopt.
Verlies verrekenen wordt makkelijker
Nieuw is ook de manier hoe wordt omgegaan met verliezen. In het nieuwe stelsel mag je verliezen in box 3 onbeperkt verrekenen met toekomstige positieve rendementen, zolang het jaarlijkse verlies hoger is dan € 500. Dat geeft vooral beleggers meer lucht in jaren waarin de markt tegenzit. Daarnaast komt er een belastingvrije voet voor rendement. Over de eerste € 1.800 aan rendement betaal je geen belasting. Alles daarboven valt onder het vaste tarief.
Tarief blijft gelijk, woning blijft buiten schot
Het belastingtarief in box 3 verandert niet en blijft 36 procent. Ook blijft de eigen woning gewoon in box 1. Daar verandert dus niets aan, wat voor veel huiseigenaren een geruststelling zal zijn.
Voor mensen met spaargeld, beleggingen of een tweede woning betekent dit wel dat het loont om vooruit te kijken. Het moment waarop rendement wordt belast en de manier waarop waardestijgingen meetellen, kan invloed hebben op keuzes rondom sparen, beleggen of verkopen.
Voor wie vermogen heeft in box 3 blijven we de ontwikkelingen volgen. Het nieuwe systeem belooft eerlijker te zijn, maar kan ook tot een hogere vermogensbelasting leiden. Voordeel is wel dat je in die situatie waarschijnlijk ook meer rendement hebt gemaakt over je investeringen.