Goede beleggingsjaren maar een bescheiden plus op je pensioen

De pensioenfondsen hebben een goed beleggingsjaar achter de rug. In de eerste helft van 2026 behaalden veel fondsen rendementen van 5 tot 6 procent. Toch merken gepensioneerden daar volgend jaar maar weinig van op hun rekening. De verhogingen voor 2027 vallen namelijk bescheiden uit. Dat roept een logische vraag op. Hoe kan het dat de beleggingen goed presteren, maar het pensioen nauwelijks meestijgt?

Goede rendementen, kleine verhogingen
De cijfers die tot nu toe bekend zijn, laten kleine plussen zien. Metaal- en techniekfonds PMT verhoogt de pensioenen per 1 januari 2027 met afgerond 0,5 procent. Zorgfonds PFZW komt uit op ongeveer 0,66 procent. Bij bouwfonds bpfBOUW gaat het naar verwachting om iets meer dan een half procent, al is dat nog niet officieel bevestigd.

Om een idee te geven wat zo'n verhoging betekent: bij een pensioen van 1.500 euro bruto per maand komt een half procent neer op ongeveer 7,50 euro extra per maand. Merkbaar, maar geen grote sprong.

Grote fondsen ABP en PME maken de overstap
Niet ieder fonds is even ver. ABP, het fonds voor onder meer ambtenaren en leraren, en metaalfonds PME stappen pas op 1 januari 2027 over naar de nieuwe pensioenregeling. Dat overstappen heet invaren: je opgebouwde pensioen verhuist dan naar het nieuwe systeem. Beide fondsen staan er financieel goed voor, met een dekkingsgraad rond de 129 procent. De dekkingsgraad laat zien hoeveel geld een fonds in kas heeft ten opzichte van alle pensioenen die het nu en later moet uitbetalen. Ligt die boven de 100 procent, dan is er meer dan genoeg. Wat de overstap precies voor de hoogte van het pensioen in 2027 betekent, maken deze fondsen later bekend.

Waarom de plus zo klein blijft
Dat de verhogingen klein zijn ondanks goede beleggingen, heeft met de spelregels van het nieuwe stelsel te maken. Fondsen delen een goed resultaat niet meteen volledig uit. Ze spreiden het over meerdere jaren, vaak drie. Zo voorkomen ze dat je pensioen het ene jaar flink omhoog schiet en het jaar daarna weer daalt.

Daarnaast bouwen fondsen eerst een reserve op. Dat is een appeltje voor de dorst voor mindere jaren. Zolang die reserve nog niet op peil is, gaat een deel van het rendement daarheen in plaats van naar de uitkeringen. En omdat het geld voor gepensioneerden voorzichtiger wordt belegd, tikt een goed beursjaar bij hen minder hard door dan je op het eerste gezicht zou denken.

Waarom vergelijken met vorig jaar lastig is
Wie terugkijkt naar begin 2026 ziet soms flinke sprongen. PMT verhoogde toen met 8,3 procent, PFZW met ongeveer 12 procent en bpfBOUW zelfs met 20,8 procent. Die uitschieters hoorden bij de overstap naar het nieuwe stelsel en waren eenmalig. Het is dus geen eerlijke vergelijking om de kleine plus van 2027 daarnaast te leggen. De overstapjaren waren een uitzondering, geen nieuwe standaard.

Wat je er zelf mee kunt
Voor de meeste mensen is de boodschap geruststellend: de fondsen staan er goed voor en de pensioenen stijgen, zij het langzaam. Toch is het slim om je jaarlijkse pensioenoverzicht dit keer wat beter te bekijken. Daarop zie je niet alleen de nieuwe bedragen, maar ook hoe jouw fonds met verhogingen omgaat. De verschillen tussen fondsen kunnen namelijk groot zijn.

Overweeg je binnenkort te stoppen met werken, of wil je weten hoe je pensioen zich verhoudt tot je uitgaven straks? Dan kan het lonen om je situatie eens rustig door te nemen, eventueel samen met een adviseur. Een kleine jaarlijkse verhoging voelt anders als je weet hoe je ervoor staat over tien of twintig jaar.

De grote lijn voor 2027 is er in elk geval één van stabiliteit. Geen spectaculaire sprongen meer, maar een pensioen dat rustig meebeweegt. Voor een stelsel dat is bedoeld om schokken op te vangen, is dat precies de bedoeling.

Meer weten of persoonlijk advies?

Persoonsgegevens
 ,  Aanpassen?
Opzoeken adres gegevens mislukt Handmatig invoeren?
Vraag/opmerking

Euro Financieel AdviesCentrum maakt gebruik van cookies op haar website Accepteren Meer informatie